“Zo eenvoudig gaat dat volgens mij niet”

geeft hij voorzichtig aan. Maar ik zie dat anders. Ik ben absoluut niet een type van de weg met de minste weerstand. Ik hou van uitdagingen en kan rustig een week vrijwillig in de rommel zitten, als het daarmee fijn opknapt.

Ervaring leert echter dat je erg lang met een klus bezig kunt zijn, als je twee dingen niet hebt: a) het juiste gereedschap en b) de juiste kennis. Tenminste… mijn ervaring.

Zo ook nu. Een kleine zelf overschatting van mijn kant. Mijn kluslijst (in 5 minuten opgesteld): het systeemplafond gaat eruit; de puntdak kan dan doorgetrokken worden; een aantal muurtjes worden verplaatst voor een efficiëntere indeling, de verschillende vloeren (zeiltje, tegelvloer met té brede voeg en stoffig vloerbedekking) worden vervangen door één mooie en praktische vloer.

Maar al in de eerste onderzoeksfase blijkt het solider gebouwd dan we dachten. Muurtjes zijn bijvoorbeeld niet van gips, maar van steen. Ieder realistisch denkend mens zou er een vreugdedansje van gaan doen. Ik niet. Dit betekent beperking!

Oké, geen andere indeling dus. Het is altijd goed om met kaders te werken en hey, ik ben een professional. Ik kan omgaan met kaders en beperkingen. ‘Uitdaging’ noemen we dat in vaktermen. Ik moet hier wat van kunnen maken. Toch?

De verschillende ruimtelijke belevingen zijn zo gek nog niet.

Een uurtje verder in het onderzoek blijkt dat het systeemplafond weghalen ook geen eitje is. Elektraleidingen, verwarmingsbuizen, isolatie, geen opgetrokken binnenmuren. Van alles zit er wél en zit er niét boven het plafond. En bij gebrek aan een kruipruimte moét dit alles door de lucht.

Nu pleit ik al jaren voor draadloze stroom, maar tot op heden zijn we niet veel verder dan ’n oplaadbare tandenborstel. Dus elektra weghalen is geen optie. Verwarming? No way! Isolatie? Best prettig. En tja, binnenmuren die na een metertje of 2 eindigen in het niets geven ook zo’n pashokjes gevoel. Kortom: het dak en plafond blijven zoals het is.

“Leuk toch juist, die verschillende ruimtelijke belevingen?” probeert hij nog. Nou, niet echt. Of toch? Bij nader inzien en vooral bij het inschatten van het werk ik me op de hals haal: “Inderdaad, je hebt gelijk” dat wordt het uitgangspunt. In de woonkamer is het hoog en ruimtelijk. In de rest van het huis laag en knus!

Maar die vloer gaat er écht uit!