“Hoe ver en waar naar toe?”, wil hij weten

en kijkt me een tikkeltje argwanend aan op mijn vraag om een stukje te gaan lopen. Nu wandelen we wel vaker, maar meestal met een groepje en ’s morgens vroeg in de ochtend. Helemaal op zo’n warme 1e Pinksterdag als vandaag.

“Gewoon een klein stukje. Ik bedenk wel een route.”
Meestal laat ik dat aan een ander over, dus dat alleen al is reden genoeg om argwanend te blijven. Maar hij stemt toch in. Een paar kilometer en een ijsje verder, begint er iets te dagen: “Toch niet naar de camping?”

Een tijdje terug kregen we een plattegrond van vrienden. Een plattegrond van een camping waar zij een super plek en dito mini huisje hebben. Zo nu en dan genieten wij mee. Mijn enthousiasme voor hun knusse self-made-huisje steek ik blijkbaar niet onder stoelen of banken, want op deze plattegrond staan kruisjes. Elk kruisje staat voor een staanplaats die te koop is! Maar hoe lief en meedenkend ook… eerlijk gezegd ben ik het wel met hem eens. Een camping is niet echt iets voor ons. ’s Zomers in een tent: heerlijk! Maar ’s winters in de kou naar de douche?

Hier moet het ergens zijn, volgens mijn krabbel.

Het is het idee van een klein huisje dat in m’n hoofd blijft hangen. Groot genoeg voor een beetje comfort. Klein genoeg om het goed doordacht en met multifunctionele meubels te (moeten) ontwerpen. En natuurlijk eigenhandig opknappen. Fantastisch lijkt me dat!

Al tig filmpjes op YouTube heb ik bekeken. Van ‘single woman with 2 cats builds her own Tiny House’ tot ‘family with 4 kids downsizes to a converted schoolbus’. Iedereen heeft slimme opbergers en vernuftige oplossingen, zodat de Tiny House in alle gemakken voorziet.
Wat mij ietwat tegenstaat, is dat je eerst de badkamerdeur moet sluiten, dan de kast omtovert tot trap om vervolgens op je knieën je bed kunt opmaken. Hartstikke slim bedacht, maar na één week geloof ik dat ‘gepraggel’ wel. Iets groter dus.

We lopen lángs de camping, steken de grote weg over en lopen een zandweg in. Ineens voelt het als vakantie. We lopen verder en verder het pad in. Hier moet het ergens zijn, volgens mijn krabbel. Mijn stiekumme schat. Gevonden op internet.

“Jàh, hier linksaf”, zeg ik quasi nonchalant. “Hier?” Maar hij loopt nieuwsgierig mee. Aan het eind van het doodlopende zandweggetje staan hoge bomen. En een bord ‘Te koop’. En een huisje. Een houten huisje. In een bos. We worden er stil van.

Houten Huisje Hollenberg Blog byJessie.